Vleesvervangers niet altijd meest gezonde keuze

Vegetarisch is niet automatisch gezond. Vleesvervangers bevatten soms veel zout en vet, en weinig eiwit.

Steeds meer mensen laten vlees links liggen. Waar vegetariërs lange tijd aangewezen waren op tofu, seitan en peulvruchten, is het aanbod burgers, worsten, balletjes, schnitzels en andere vleesanalogen vandaag niet meer te overzien.

Maar even divers als het aanbod, is de samenstelling van die producten, schrijft het wetenschappelijk tijdschrift Eos. Het tijdschrift verzamelde informatie over de samenstelling van ruim 240 vleesvervangers en kwam tot de volgende vaststellingen.

Over vetgehalte: een vleesvervanger bevat idealiter niet meer dan 10 gram vet per 100 gram. Toch blijkt ongeveer de helft van de onderzochte producten meer te bevatten.

Wat zout betreft: de norm voor vers vlees – maximaal 100 milligram natrium per 100 gram – wordt maar door vier producten gehaald.

Eiwitten; ongeveer een kwart van de producten in de veggiewijzer haalt de streefwaarde voor eiwitgehalte van de voedingsdriehoek niet.

Zijn vleesvervangers eigenlijk wel nodig in een vegetarisch dieet?

Een wat meer ervaren vegetariër is afgestapt van het idee dat een maaltijd uit drie componenten moet bestaan, zijnde: iets vlezig, iets met groenten en iets rijk aan koolhydraten. Ook heel wat groenten en peulvruchten bevatten bijvoorbeeld eiwitten en ijzer, waardoor het niet altijd nodig is om met die vleesvervangers te werken en waardoor je gebalanceerde maaltijden kan koken met enkel groenten. Welke dat zijn, vind je in dit overzicht.

Bron

Spring naar de toolbar